Little Girl Lost

door Bill Mensema

Als jochie van twaalf kreeg ik een verzamelalbum in handen waarop grotendeels Amerikaanse rock te horen was, zoals dat gespeeld werd aan het begin van de jaren zeventig. Er waren bands op te horen als Blood Sweat & Tears, Spirit, REO Speedwagon en Blue Oyster Cult, maar ook The Mahavishnu Orchestra, Tay Mahal en Kris Kristofferson.  

Van alle liedjes op die verzamelelpee vond ik Little Girl Lost van Kristofferson veruit het mooiste. En dat wilde wel wat zeggen, want ik draaide die plaat helemaal grijs. Het was ook één van de twee elpees waar mijn hele platenverzameling op dat moment nog uit bestond.

Ik was nog maar twaalf jaar. Ervaring en verstand waren nog ver weg en de smaak moest zich nog ontwikkelen. Je moet op den duur kunnen zeggen: dit wel en dit niet. Maar tegelijkertijd moet je op de een of andere manier open zien te blijven, zodat je ook later alsnog verbaasd, verrast of ontroerd kunt worden, soms door iets dat je totaal niet verwacht.

Zover was ik nog lang niet in mijn denken als twaalfjarige. Mijn Engels was al redelijk goed, ik kon alles goed verstaan, maar dat wilde nog niet zeggen dat ik alles ook goed kon begrijpen. Want de songtekst van Kris Kristofferson ging over relaties en over seks en daar was ik op die leeftijd nog nauwelijks mee bezig. Ik was twaalf en als ik niet naar school ging of zat te klieren op straat, dan speelde ik met mijn Lego en met mijn mini soldaatjes. En ik luisterde daarbij naar muziek. Amerikaanse muziek. Amerikaanse rock. En een klein liedje van Kris Kristofferson. 

Over een klein meisje dat was verdwaald. Want dat beeld begreep ik als twaalfjarige en ik hoopte ook vurig dat ze weer gevonden werd, dat een of andere boer in de buitengebieden haar zou oppikken en veilig naar huis zou brengen, hopelijk nog op tijd voor het eten. 

Een meisje dat verdwaald is. 

Dat is wat ik ervan dacht. Want zelf was ik op dat moment nog een kleine jongen en ik was ook al een paar maal te laat thuisgekomen en al meer dan eens was ik een van mijn schoenen kwijtgeraakt in de grote zandberg in de haven van Delfzijl, waar ik en mijn vriendjes geregeld luid juichend vanaf sprongen, als de beste stuntmannen ooit. 

Een jochie dat niet echt verdwaald was maar zijn ene schoen – het was om de een of andere reden steeds mijn linkerschoen – wel. 

En dan kwam ik zo thuis en dan kreeg ik op mijn sodemieter van mijn ouders. 

Dus zo associeerde ik op herfstige dagen, spelend met mijn Lego en mijn soldaatjes, het kleine verdwaalde meisje waar Kris Kristofferson over zong met mijn eigen bestaan. 

Dat het nummer eigenlijk over Janis Joplin ging – in hetzelfde jaar waarin het werd opgenomen (1970) nog een grote liefde van Kristofferson – wist ik niet. En ik wist ook niet dat Joplin op dat moment aan het einde aan het raken was van haar tumultueuze carrière als een van de grootste (blues)rock zangeressen ooit. In de paar jaar dat zij veelvuldig in het spotlicht stond – vanaf het optreden op het Monterey festival in 1967 tot aan haar dood drie jaar later – verbruikte de zangeres veel muzikanten, veel drank en veel heroïne. Met haar minnaars was het niet echt anders, alhoewel zo’n relatie soms een paar maanden kon duren. 

De fatale heroïne-overdosis zou even later komen, maar niet nadat ze het door Kristofferson geschreven Me & Bobby McGee had opgenomen. De singer-songwriter zelf hoorde deze versie van zijn nummer een paar dagen na haar dood. Haar manager had hem uitgenodigd om het te beluisteren in de studio waar ze eraan hadden gewerkt. Kristofferson was tot tranen toe geroerd. 

De singer-songwriter is inmiddels 82 jaar en still going strong. Hij is er nog steeds. Live speelt hij nog steeds Me & Bobby McGee. Dat nummer zou de grootste hit van Janis Joplin ooit blijken te zijn en het stond op haar postuum verschenen album Pearl. 

Halverwege Little Girl Lost is er een break, eigenlijk een walsje, waarin Kristofferson zingt:

But if you take her
Take her easy
Treat her gently
She used to love me

Ik wist nog van niets. Ik speelde gewoon door met mijn Lego en mijn soldaatjes. En ergens had ik een grenzeloos vertrouwen in de boer daar ver in het land die een verdwaald meisje oppikt en weer veilig naar huis brengt. 

 

 

Bill Mensema (Delfzijl, 1960) schrijft romans.
Boeken als ‘Boem’, ‘Fietsen met Bob Dylan’ en de verzameling muziekverhalen ‘Rock 7’ verschenen bij Uitgeverij Passage en werden met lof ontvangen door de pers.
Ook publiceert hij verhalen bij zijn eigen online uitgeverij Rock Ink.